vrijdag 30 december 2016

AFSLUITER

Half december was ik mee met de natuurfoto werkgroep van de KNNV afdeling Groningen naar Zeegse in Drenthe. Al fotograferend liepen we rond het Siepelveen. Het ven wordt omgeven door een zandverstuiving een heideveldje wat bos en struikgewas en het is heuvelachtig. Ondanks de nachtvorst van enige tijd geleden waren er nog redelijk wat paddenstoelen te zien. Behalve die zwammen is er altijd genoeg te zien en te beleven. Als afsluiting van dit jaar enkele impressies.


Het gebied wordt veelvuldig gebruikt door hondenbezitters met als gevolg veel drollen. Daarop manifesteerden zich hele dotten pluizige schimmels die er wat spookachtig uit zagen.

Op een heuveltje groeit een erg oude jeneverbes welke vaak gebruikt wordt door spelende kinderen. Hij schijnt er weinig last van te hebben want rondom zijn de takken voorzien van frisgroene naalden en jeneverbessen.

Tussen het mos op een boomstronk steekt een geweizwammetje zijn geweitje door het groen.

Een dode eikentak is getooid met een prachtige oranje-gele trilzwam

Als klap op de vuurpijl iets wat ik in mijn leven nog nooit had gezien. Een berkenzwam ( Piptopurus betulinus ) normaal groeiend als een vrij grote elfenbank, was vreemd uitgegroeid. Het leek alsof een grote bruine hand uit de berk stak van ruim veertig centimeter lang.


met deze hand groet ik de bezoeker aan mijn blog en wens hem of haar een gezond en fijn 2017 
 

maandag 5 december 2016

NET OP TIJD

De eerste nachtvorst was een feit. Dan is het meestal gebeurt met de bloemen en de paddenstoelen. Zo'n dag of tien geleden mee met de laatste paddenstoelen excursie van dit jaar. Genoeg te zien om de camera op los te laten. Ik heb gekozen voor een serie in paars.

op een akker stonden nog wat groenbemesters in bloei, een verwant van de radijs

de achterkant voorzien van prachtig paarse adertjes

paarse knoopzwam doet het altijd goed op dood hout

paarse eikenschorszwam van heel dichtbij bekeken

van de paarse schijnridderzwam wemelde het in het bos

de een nog mooier dan de ander

maar ook de paarse dennenzwam mag er zijn.



Aan het eind van de dag keren we terug naar onze auto's en keren huiswaarts, met een lijst van 137 waargenomen soorten zwammen.
Net op tijd want nu heeft koning winter er een definitief einde aan gemaakt, hoewel..............


maandag 21 november 2016

Het schiet ook niet erg op met mijn blog.
Ideetjes en foto's meer dan genoeg.
Tijdnood dat is het, of toch niet?
Nee de bult hooi op mijn vork is te groot, veel te groot.
Iets waar veel 65 plussers last van hebben zo schijnt.
Maar toch; hier wat plaatjes die ik vorige week heb geschoten.



Eindelijk, de bladeren van de prachtige treurbeuken achter mijn huis gaan verkleuren


en het ene na het andere blad dwarrelt omlaag en

bedekken de grond met een geel-groen-goud gekleurde deken.
Als ik er lekker doorheen loop en als een klein kind wat bladeren omhoog schop, voel ik me weer zoveeeel jaren jonger.
Net als vroeger zie ik nog steeds de wonder mooie wereld om me heen. Zie daar nou eens een blad. Wat zit daar een mooi figuurtje in. Dan wil ik ook weten wat het is en dat is niet zo moeilijk. Het zijn mineergangetjes van een heel klein vlinderrupsje. In een enkel gangetje zit zelfs nog zo'n kleine veelvraat. Het heeft tussen twee nerven zigzaggend gangetjes gevreten. Naar mate het groeit worden de gangetjes steeds wijder. Daar waar het alle bladgroen heeft weggegeten ligt dat wat overblijft na het eten, poep dus.
Het gaat zich straks verpoppen en dan kruipt er het volgend jaar een piepklein vlindertje uit.
Het is Zigzagbeukenmineermotje met de mooie wetenschappelijke naam: Stigmella tityrella.
Let er maar eens op als je in een beukenbos of langs een beukenhaag loopt, ze zijn heel erg algemeen.



zondag 28 februari 2016

STRANDSPUL

Aan Neerlands kust spoelt van alles aan, mooie schelpjes, leuk zeewier, soms walvissen maar ook veel troep. Toch zijn daar soms best wel aardige plaatjes van te schieten, zoals kortgeleden op "mijn" Texel.
Op het strand bij de Slufter liggen
de resten van een bunker uit de
tweede wereld oorlog. De zee en
het schurende zand heeft de zachte
kalkzandsteen van een muurtje
afgesleten, het hardere cement vormt
richels, waardoor het lijkt alsof
er een trapje naar de hemel loopt.
 
een achteloos weggegooide plastic frisdrank fles, met condens druppels aan de binnenkant
 
Zou dit het enige zijn wat er van de United States over blijft?
 
Na gedane arbeid over boord gegooid. Op nog geen honderd meter liggen een tiental oranje en
groene rubberen werkhandschoenen. Hoeveel zouden er onder het zand of nog in zee liggen,
vraag ik me af.
 
om maar niet te spreken van de vele kilometers kunststoftrossen.
 
een gebroken plaat hout lavendelkleurig geverfd geeft een vreemd beeld
 
Gelukkig ligt er ook nog wat natuurlijks tussen, zoals een weggewaaide vogelveer
 

of een prachtig gekleurde zeepok, maar wel op een deel van een plastic krat............

maandag 22 februari 2016

WEER OP TEXEL



Een mens wil wel eens wat. Een van die dingen is TEXEL. Ik kan er niet genoeg van krijgen, het strand, de duinen en de bossen. Daar was het nu vooral ook om begonnen. In de bossen groeien op een aantal plekken sneeuwklokjes, niet zo hier en daar, maar hele tapijten. Ooit rond 1900 werden ze daar gekweekt en later door ene meneer Kikkert kwamen er nog meer. Deze man verzamelde ze in grote aantallen in Frankrijk uit het gebied rond de Loire. Ze groeiden prima in deze duinbosjes. Waren ze flink uitgegroeid dan werden ze gerooid en verkocht. Deze bosjes werden gepacht van Staatsbosbeheer. Toen echter deze bosjes een natuurlijk karakter moesten krijgen in de vorige eeuw, rooiden de kwekers alle bolletjes. Dat lukte natuurlijk niet voor honderd procent. Er bleven overal wel wat bolletjes achter en deze hebben zich nadien flink vermeerderd zodat we nu kunnen genieten van dit prachtige voorjaarsgebeuren. Tussen haakjes, behalve sneeuwklokjes werden er ook boshyacinten geteeld. Die bloeien wat later in het voorjaar, maar of ik er dan ook ben?

bezet met hele kleine ijskristalletjes
een heel bos vol klokjes

en dan ook nog een mooie blauwe
voorjaars lucht


en speenkruidjes met lichte rijp op de meeldraden
je zal het maar treffen!

zondag 14 februari 2016

VOGELTJES VOEREN

Elke dag vanaf eind september voer ik mijn vriendjes en vriendinnetjes. Het hele voorjaar en ook nog in de zomer vrolijken ze mij op met hun uitbundig gezang. Natuurlijk weet ik wel dat ze dat niet echt voor mij doen, maar het voelt wel zo. Daarnaast bied ik ze gelegenheid een gezinnetje te stichten. Soms in een nestkastje, soms in de heg, tussen de klimop of in de taxus. Het komt voor dat in elk van deze plekken een nestje wordt gebouwd, steeds door een andere soort. Deze week kwam er een  heel ander individu langs om een maaltje te halen. Toen ik om de hoek de tuin in liep vloog er een sperwer vlak over mijn hoofd. Toen ik hem nakeek zag ik dat hij, het was een man, een klein vogeltje in zijn poot had. Toch niet mijn............Ja hoor, sindsdien zie ik mijn glanskop niet meer. Wel verdorie ik voer de vogeltjes en geen vogeltjes!! Drie dagen achtereen kwam hij terug, ging op de paal boven de voedertafel zitten met zijn rug naar de tuin. Telkens keek hij om over de rechter schouder dan weer over de linker. De andere bezoekers lieten zich nog sporadisch zien en als er al een paar langs kwamen, dan was het vluchtig en gejaagd. Gelukkig heb ik hem na die drie dagen niet meer gezien en de voerplek wordt weer overspoeld door een grote groep kepen en andere zangertjes.

vrijdag 5 februari 2016

TOESCHOUWER


 Geregeld komt er een eekhoren
op het vogelvoer af in mijn tuin. Er zijn voldoende pinda's en zonnebloem pitten. Het speciale eekhorentjes voederhuisje werd vorig jaar slechts sporadisch bezocht. Dit jaar heb ik het glaasje er voor weggehaald. Dat heb ik vooral gedaan om te voorkomen dat de mezen gefrustreerd raken doordat ze het voer wel zien liggen maar er niet bij kunnen. De eekhoren had het ook gelijk door en huppekee in no time was het bakje leeg. eerst dacht ik dat het was leeg gesnoept door de grote groep kepen die geregeld langs komen. maar vanmorgen zag ik een pluimstaart uit het bakje hangen. Het pakte een pit ging zitten en peuzelde het op dan weer een en weer een en zo maar door, leuk om vanaf de bank met een kop koffie in de hand van te genieten. Plots kwam er nog eentje aan gekropen door de klimop. Vorige keren ontstond er dan een kort handgemeen waarbij er eentje vandoor ging, de looser. 
Deze keer gebeurde dat niet. De nieuw aangekomene bleef op geringe afstand, een beetje verscholen tussen de takken en de klimop zitten kijken, het kopje een beetje naar beneden gebogen. Alsof het wou zeggen, eet maar rustig door ik kom je niet storen. Uiteindelijk het buikje vol, sprong het via een tak op het dak van de garage en werd op een meter afstand direct gevolgd door nummer twee. Het had nog geen hap gegeten. Daar was daar blijkbaar ook niet voor gekomen. Toen dacht ik het voorjaar nadert, zou het een meneertje eekhoren zijn, op vrijersvoeten? Samen keken ze vanaf de nok van het schuurtje nog even om en verdwenen in de meer dan honderd jaar oude eik uit het zicht.